image1 image2 image3

Op 4 juni 1993 droeg lid van de Stijkelgroep Hilko Glazenburg de volgende rede voor tijdens de herdenkingsdienst. Hilko Glazenburg behoorde tot een van de vier leden van de Stijkelgroep die de verschrikkingen van het gevangenschap in Duitsland heeft overleefd. Hij heeft zich lange tijd ingezet voor de Stichting Eregraf Stijkelgroep.

WAAROM ?

"Waarom zijn wij vandaag hier bijeen gekomen?

Vijftig jaar geleden, op 4 juni 1943, werden 32 mannen van de zogenaamde Stijkelgroep doodgeschoten na ruim twee jaren gevangenschap in Scheveningen (het Oranjehotel) en de Wehrmacht-Untersuchungsgefängnis, Lehrterstrasse 3 te Berlijn.

Samen met de circa 500 Nederlanders uit andere verzetsgroepen, die zich eveneens niet wilden onderwerpen aan de bezetter, boden zij verzet.

Zij lieten zich niet verleiden door de mooie praat van de bezetter en vanaf mei 1940 werden gegevens verzameld ten dienste van de Engelse bevrijder. De meesten werden begin 1942 gefusilleerd,enkelen werden naar een concentratiekamp gestuurd, waar de meesten omkwamen.

De Stijkelgroep kreeg een speciale behandeling. Waarom, zal wel nooit bekend worden.

Na de periode van arrestaties, beginnende 2 april 1941 tot eind mei 1941, verbleef de Stijkelgroep tot 26 maart 1942 in Scheveningen. Toen werd de gehele groep getransporteerd naar Berlijn en werden de processen voor het Reichs-Kriegsgericht voorbereid. Het waren vijf processen. De uitspraak van de vonnissen vond plaats in oktober en november 1942. Er werden veertig doodvonnissen uitgesproken en vijf tuchthuisstraffen.

De voltrekking van de vonnissen liet op zich wachten, echter de dreiging bleef, want regelmatig werden medegevangenen, onder andere Noren en Belgen, die ook wegens spionage ter dood veroordeeld waren, weggevoerd om geëxecuteerd te worden.

De behandeling door het gevangenispersoneel was menselijk. Op eigen verantwoordelijkheid van de gevangenisleiding werd het regime voor ter-dood-veroordeelden - namelijk steeds geboeid en dag en nacht licht in de cel - niet uitgevoerd. De voeding was redelijk. Kleine plagerijen daargelaten, zoals het verstrekken van de oorlogsberichten waarin de Duitse overwinningen en later de succesvolle terugtrekkingen vermeld stonden. Ook kregen wij met Pasen een ei met de opdruk "Ukraine", als bewijs van hun overwinning aldaar!

Maar altijd bleef voor de gevangenen de zorg: hoe zou het met de familie en vrienden thuis zijn? Veel steun kregen wij van de gevangenis-predikant Ds. Harald Poehlchau en pastoor Kreuzberg.

Men hoopte op de bevrijding. Duitsland zou verliezen, dat wisten wij in ons hart al sinds mei 1940. Maar het duurde zo lang, deze beproeving. De hoop bleef, maar de aanvaarding van het allerergste groeide ook, ondanks de knagende zorg voor de familie thuis. Ook de verstrekte bijbels en de kerkdiensten gaven veel steun. Eén van ons, Jan Neuteboom, wiens bijbel op miraculeuze wijze bewaard is gebleven en bij de familie terugkwam, getuigt daarin van deze aanvaarding als volgt: Naar aanleiding van Lucas 28:34 "En Jezus zeide: Vader vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen!", schreef hij: "De daden der mensen mag men haten, de mensen nooit. Zij weten niet beter. Tracht ze beter te maken."
 
Toch nog onverwacht werden, op 4 juni 1943 om 4 uur in de nacht, onze celdeuren geopend. Op de galerijen waren in luguber zwart geklede soldaten opgesteld en wij beseften dat er geen hoop meer was.

Een laatste kerkdienst werd nog toegestaan. Afscheidsbrieven werden geschreven, maar zouden de nabestaanden nooit bereiken. Mij werd medegedeeld dat mijn doodvonnis niet zou worden voltrokken. Ik mocht afscheid nemen van mijn boezemvriend Evert Honig. De 32 mannen werden samengeperst in een paar cellenwagens en weggevoerd naar Berlijn-Tegel. Daar werden zij vanaf 8 uur in de morgen één voor één doodgeschoten. Zij namen ongeblinddoekt als gelouterde mensen afscheid van dit leven. Ieder werd op zijn laatste weg door Ds. Poehlchau of pastoor Kreuzberg begeleid.

Van de acht ter-dood-veroordeelden, wier vonnis werd gewijzigd in tuchthuisstraf en vijf veroordeelden tot tuchthuisstraf, keerden in 1945 slechts vier naar Nederland terug. Toen de Duitsers zich op Berlijn moesten terugtrekken werden alle gevangenen in tuchthuizen gefusilleerd, of zoals wij, vanuit het tuchthuis Sonnenburg bij Küstrin afgevoerd naar het concentratiekamp "Sachsenhausen" bij Oranienburg ten noorden van Berlijn.

Van de 15 keerden er dus vier terug. De overige elf zijn in gevangenschap overleden na een onmenselijk lijden, dat vergroot werd door het lijden van hun medegevangenen die zij geen steun konden verlenen.

WAAROM DIT VERZET ?

Een kleine groep rond Johan Aaldrik Stijkel en een viertal kernen van de Orde Dienst, die op initiatief van Westerveld-Hamaker en Van Slooten in 1940 begonnen waren met het opzetten van een informatiesysteem ten dienste van de Engelse bevrijder, werden door de Sicherheits-Dienst als "Stijkelgroep" aan het Reichs-Kriegsgericht gepresenteerd.

Stijkel was reeds na de inval in Polen door de Duitsers tot de conclusie gekomen dat ook Nederland dit lot te wachten stond. Hij had vele contacten en formeerde een netwerk van invloedrijke personen, die in geval van het wegvallen van de bestuursstructuur tijdelijk de leiding in Nederland zouden kunnen overnemen. Toen in mei 1940 inderdaad deze situatie ontstond, werkte hij zijn plan uit. Om zijn plan voor te leggen aan de Nederlandse regering in Londen, wilde hij daarheen. Deze poging werd hem fataal. Het contact met de regering in Londen moest radiografisch gebeuren. Na met veel moeite contacten verkregen te hebben, kwam als voorwaarde dat de overtocht vanuit Engeland ondersteund zou worden, mits veel en waardevol informatie-materiaal meegenomen zou worden.

Stijkel, die dit deel van het verzetswerk niet wenste, heeft pas na veel weerstand hierin toegestemd. Intussen was de groep door verklikkers geïnfiltreerd.

Ook is het de vraag of het radiocontact met Londen ooit werkelijk heeft plaatsgevonden. Mogelijk is het contact onderschept door de Duitsers en kregen zij aldus de beschikking over extra belastend materiaal. Zo konden zij de eis van het meenemen van spionagemateriaal zelf inbrengen om de strafmaat te kunnen vergroten. Het verschaffen van dit materiaal is gedaan door de O.D.-mensen.

Niet alleen na de bevrijding in 1945, maar tot op de dag van vandaag zijn er Nederlanders die zich afvragen of dit offer door al deze verzetsvrouwen en -mannen gebracht had moeten worden. Het antwoord daarop wordt gegeven door de gebeurtenissen van vandaag die zich verspreid over de gehele aardbol voordoen.

In 1940 werden wij geconfronteerd met een politiek systeem, dat ons zou degraderen tot jaknikkers en tot moordenaars van degenen die niet ja wilden knikken. Het dreigt weer deze kant op te gaan. Weer zijn er mensen nodig die ja zeggen op de vraag om hulp om dit te keren.

Ik eindig met de woorden die mijn medegevangene Jan Neuteboom in zijn bijbel schreef: "De daden der mensen mag men haten, de mensen nooit! Zij weten niet beter. Tracht ze beter te maken."

U allen dank ik, dat U mij heeft willen aanhoren. Vijftig jaren heb ik dagelijks aan hen gedacht, zoals U ook deed. Het uitspreken van mijn gedachten brengt mij rust en vrede. Dit wens ik u ook toe."

© Stichting Eregraf Stijkelgroep 2017