image1 image2 image3

Geschiedenis

Pioniers in het verzet

De Stijkelgroep was één van de eerste verzetsverbanden tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Al in 1941, nog voor het verzet zich Nederland had weten te organiseren, hield een divers gezelschap - van jonge ambachtslieden en studenten tot directeuren en oud-militairen van boven de vijftig - zich bezig met het verzamelen van militaire informatie over de Duitse bezetter.

De groep dankt haar naam aan Johan ‘Han’ Aaldrik Stijkel. De jonge academicus uit Den Haag werd door de Duitsers als de leider van de groep gezien. De Stijkelgroep, pas later zo genoemd, bestond uit een verzameling kleine verzetsverbanden uit Den Haag, uit de Zaanstreek en Amsterdam. Zij wisselden onder andere spionagemateriaal met elkaar uit omdat ze manieren zochten om informatie naar Engeland te krijgen.

Het begin van het einde

In de lente van 1941 deed Han Stijkel samen met Cornelis Gude en Jean Baud een poging om met een viskotter naar Engeland te varen, aan boord een koffer vol spionagemateriaal. Het schip was de haven van Scheveningen nog niet uit, of werd al onderschept door de Duitsers. De koffer kon nog vernietigd worden, maar op de kade werden Han Stijkel en Cornelis Gude ingerekend. Jean Baud kon ontsnappen in de verwarring, maar werd later ook opgepakt.

Twee Nederlandse agenten van de Sicherheitsdienst (SD) hadden de groep weten te infiltreren en hadden de Duitsers getipt. Diezelfde nacht volgde een golf van arrestaties in Den Haag. In de dagen erna werden in totaal rond de 150 mensen ingerekend. Uiteindelijk belandden 43 mannen en 4 vrouwen in het Oranjehotel, de Duitse strafgevangenis in Scheveningen.

Nacht und Nebel

Na een jaar hechtenis in Nederland werd de hele groep overgebracht naar Berlijn. Daar werden de Nederlanders tot ‘Nacht und Nebel’ gevangenen verklaard; zij moesten spoorloos verdwijnen, contact met de buitenwereld was bijna onmogelijk.

In september 1942 volgde een kort showproces voor het militair gerechtshof in Berlijn. Veertig mensen kregen de hoogste straf voor spionage: de doodstraf.

Ondanks de Nacht und Nebel verklaring was het nieuws over de vonnissen via een Duitse advocaat toch doorgedrongen in Nederland. Met bemiddeling van Zweden werd geprobeerd om de Nederlandse gevangenen te ruilen voor Duitsers in gevangenschap bij de geallieerden, maar dat mislukte. Het vonnis was er alleen mee vertraagd.

Op 1 juni 1943 werd Han Stijkel om acht uur ’s ochtends op het executieterrein van de gevangenis Berlijn Tegel doodgeschoten. In de uren die volgden werden ook de andere 31 terdoodveroordeelden met tussenpozen van vijf minuten geëxecuteerd. Bij zeven mensen was diezelfde dag hun straf omgezet naar een levenslange gevangenisstraf.

De niet-terdoodveroordeelden werden overgebracht naar concentratiekampen in Duitsland. De meesten stierven daar tijdens het laatste oorlogsjaar. Slechts vier van hen konden na de Bevrijding terugkeren naar Nederland: Martine van Deth, Hilko Glazenburg, Wesselina van Hinte-de Bruin en Riek Lotgering-Hillebrand.

Een indrukwekkend afscheid

In 1943 was het nieuws over het lot van de geëxecuteerde mannen bekend geworden bij Willem Wagenaar, de vader van de gefusilleerde Willem Wagenaar Jr. Al tijdens de oorlog maakte hij plannen om zo gauw het kon naar Berlijn af te reizen om meer informatie over het lot van de doodgeschoten leden van de Stijkelgroep te verzamelen en om hun lichamen te kunnen repatriëren. Hij stond daarmee aan de wieg van wat uiteindelijk Stichting Eregraf Stijkelgroep zou worden.

De 32 geëxecuteerde mannen en Pieter Mulder – hij overleed enkele maanden voor de voltrekking van het vonnis in een ziekenhuis - lagen in een massagraf voor krijgsgevangenen in Döberitz bij Berlijn begraven. Na de oorlog lag dat in de Russische zone, wat de repatriatie ernstig bemoeilijkte. In 1947 lukte het de lichamen van de terechtgestelden naar Nederland te krijgen.

Aangezien een aanzienlijk deel van de leden van de Stijkelgroep uit Den Haag afkomstig was, werd besloten om een eregraf op de nieuwe begraafplaats Westduin in te richten. Op 1 augustus 1947 was er een eredienst in een overvolle Grote Kerk. Daarna liep een indrukwekkende begrafenisstoet van een kilometer lang naar de begraafplaats, waar 33 graven wachtten. Duizenden mensen stonden langs de route om de doden een laatste eer te bewijzen.Voor de tien omgekomen leden waar de lichamen niet van konden worden teruggevonden, werd eveneens een kruis geplaatst.

De Stichting

In 1951 werd de Stichting Eregraf Stijkelgroep opgericht. Sindsdien zet deze stichting zich in voor de verzorging van het eregraf en onderhoudt ze de contacten met de nabestaanden. Het bestuur bestaat uit familie van de leden van de Stijkelgroep.

Door de inspanningen van de stichting werd in samenwerking met de gemeente Den Haag geld bijeen gebracht voor het in 1954 geplaatste monument en konden in 1998 de poreus geworden grafstenen worden vervangen. Ieder jaar organiseert de stichting op 4 mei een stille tocht, gevolgd door de herdenking bij de graven.

 

In Beeld

 

 

© Stichting Eregraf Stijkelgroep 2017